DE TRAM
het is werkendag en ik zit tussen de vrolijke ‘Hollanders’ die een weekendje Antwerpen komen doen.
oh, wat is dat ‘Belgisch’ toch beleefd en charmant met dat u.
zouden wij ook moeten doen.
leuk toch ? ja toch ?
charmant ? dat is het zeker !
maar verder is het vooral gewoon grammatica.
de Nederlanders omarmden ooit jij, dat hoort bij jou(w).
Vlamingen bleven trouw aan gij dat dan weer hoort bij u(w).
de u hoort dus historisch gezien gewoon bij gij.
niets beleefds aan.
die jonge gast die zojuist ik zie u graag tegen zijn maske gezegd heeft,
bedoelt dat uiteraard informeel en tevens intiem.
het blozende maske is ondertussen opgestaan en zegt wilt u zitten ?,
tegen de oudere mevrouw die net de tram opstapt.
over de laatste u zijn de Nederlander en de Vlaming het gelukkig wel eens.
étiquette pur sang.
dat ‘Belgisch’ wat de ‘Hollanders’ hier horen is de taal van thuis.
de taal tussen dat smeuïge dialect en dat stijve Standaardnederlands.
dat laatste is voor veel Vlamingen te artificieel, te Hollands vooral.
er ontstond een tussentaal, met een tussengrammatica,
waar ik dingen van heb omarmd.
die ik voel ik als ze zeg.
want, tussentaal is de taal van gij & ge, maar ook:
van afkappen zoals wa & da.
van verbogen lidwoorden zoals ne crème van ne vent & nen uil.
van verkleinwoorden met -ke zoals bolleke & madammeke.
ik denk aan stopwoorden, vaak gestolen van dat vervloekte Frans: ça va & chapeau.
hele zinnen die schaamteloos uit datzelfde Frans vertaald zijn: het is te zeggen & trek uw plan.
in Nederland kennen ze dit fenomeen minder.
als een Amsterdammer en een Eindhovenaar elkaar ontmoeten,
poetsen ze hun zwaarste accent weg, maar ze blijven de officiële grammatica trouw.
de omgangstaal ligt er strak tegen de standaardtaal aan.
in Vlaanderen gaat die aanpassing veel verder.
de Vlaming past niet alleen zijn klank aan, maar breekt de hele grammaticale structuur open.
iemand uit Antwerpen en iemand uit Brugge ontmoeten elkaar halverwege, ergens ertussen.
Belgen, ze hebben drie talen die ze lenen van de buurlanden,
en als ze dan onder elkaar hun eigen informele taal creëren,
zit daar meteen weer een hele taalkundige en ook sociale discussie achter.
genoeg gemijmerd, dadelijk mis ik mijn trein !
LE TRAIN
35 minuten treinen, maar psychologisch maak ik me op voor een intercontinentale vlucht.
in Antwerpen kijken ze me scheef aan als ik Frans spreek maar Bruxelles verwacht zo een bonjour !
het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden.
een gedwongen huwelijk tussen het Noorden en het Zuiden.
op papier een prachtidee, maar in de praktijk een tijdbom.
koning Willem I wilde één taal, en dat werd Nederlands.
de Franstalige elite in het Zuiden was razend,
en de haat tegen Hollands was geboren.
de bom barstte.
niet met een oorlog, maar tijdens de opera La Muette de Portici in La Monnaie.
toen de aria Amour Sacré de la Patrie inzette, werd het te veel.
het publiek rende de straat op, en sloeg de boel kort en klein.
de revolutie was een feit.
de Belgische revolutie.
ditmaal viert de Franstalige elite feest.
ze veegden dat Nederlands meteen weer van tafel.
Frans werd de enige officiële taal.
de Vlaming werd opeens vreemdeling in eigen land
en de taalstrijd was officieel geopend.
een land waar de taalgrens (die meer dan een eeuw later werd getrokken trouwens)
een muur is waar bijvoorbeeld cultuur amper overheen sijpelt.
enerzijds kent geen kat in Vlaanderen Benoît Poelvoorde,
de geniale belichaming van Wallonie.
anderzijds kent Wallonie de Nederlandse namen van haar eigen steden niet eens.
we passeren Vilvoorde, een taalkundig mijnenveld.
een treinbegeleider werd hier officieel veroordeeld, omdat hij de reizigers begroette met goeiendag, bonjour.
de misdaad ?
hij zei het op het perron van Vilvoorde.
en Vilvoorde is Vlaanderen.
hij mocht pas bonjour zeggen wanneer de trein exact over de onzichtbare gewestgrens gegaan was.
één meter te vroeg, en het land heeft weer wekenlang geen federale regering.
DER DIE DAS LAND
en terwijl Vlaanderen en Wallonie al bijna 200 jaar ruziën over grenzen en letters,
ligt daar in het oosten de Duitstalige Gemeenschap, Ostbelgien.
de taal die voor mij ook thuis fluistert maar die de rest van het land straal negeert.
of zelfs vergeet, want ze horen er nog niet zo lang bij.
wat een ironie dat het land zelf met een Duitser begon.
koning Leopold I, geïmporteerd, want er was verder niemand.
terwijl ik dit bedenk, denderen we over het oudste spoor van het Europese vasteland,
dat deze moderne koning liet trekken om zijn jonge tegenstribbelende lappendeken van een land aan elkaar te lassen.
ik kijk naar buiten om te zien waar we zijn,
maar ik zie mezelf in het groezelige treinglas.
ik zie er niet Belgisch uit en ik klink niet Belgisch,
wat dat beide ook moge betekenen.
de ene hoort een vleugje Hollands, en ziet een tropisch uiterlijk.
de andere hoort mijn niet elitaire maar o zo passionele Frans,
en ziet een Italiaanse, met de nodige handgebaren en een handtas die er heel duur uitziet.
in mijn wereld komen de trein, le train & der Zug elke dag op hetzelfde perron samen.
ik ben het station ergens in België, waar die drie sporen elkaar kruisen.
als ik een stad was ……….
dat weet ik al sinds mijn 16.
de hoofdstad en ik, dat is passie waar het laatste woord nog niet over geschreven is.
als ik een land was ……….
Die Türen öffnen sich: Bonjour Belgien !
Claudia La Zandat
votre correspondante à Bruxelles
(aujourd’hui depuis le train)
